Template
Template Template
Template Monday 23 July 2018 Template
 
Template
De gezondheid van de vogel PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Frank Eindhoven   
Sunday 30 September 2007
Wanneer je een vogel aanschaft doe je er van alles aan om het dier een gezond en goed leven te geven. Je zorgt voor goed en verantwoord eten, de nodige lichaamsbeweging, een gezond portie aandacht en een grote kooi met veel speeltjes. Toch kan ook een vogel problemen met zijn gezondheid krijgen. Onderstaand volgt een beschrijving hoe een vogel er van binnen uitziet. Een vogel is een gewerveld dier dat ademt door middel van longen, gekleed is in een verenpakje en zich voortplant door middel van eieren met een kalkschaal. Dit is wel een hele korte samenvatting van de anatomie van een vogel.

Nu het hele verhaal.
Een vogel bezit twee strottenhoofden, de larynx en de syrinx. Officieel heeft een vogel niet echt een larynx. De luchtpijp (trachea) wordt echter wel afgesloten door een soort van stemspleet (=glottis), die bestaat uit twee spiertjes die de luchtpijp afsluiten om verslikken te voorkomen. De syrinx bevat de stembanden van de vogel en bevindt zich daar waar de luchtpijp zich in de beide bronchiën splitst. De plooien in het slijmvlies van de luchtpijp zijn het zangtoestel van een vogel die door dwarse en overlangse spieren gespannen kunnen worden. Deze vliezen kunnen door het uitblazen van lucht in trilling worden gebracht. Hoe groter het aantal spieren van de syrinx, hoe groter het verschil tussen de hoogste en de laagste toon die de vogel voortbrengt. Bij zangvogels vindt men meestal zeven paar zangspieren terwijl de papegaaiachtigen maar drie paar hebben.
De bloedsomloop:
Het bloed heeft tot taak zuurstof en voedingsstoffen te transporteren naar de plaats waar ze nodig zijn voor de opbouw van het lichaam en als brandstof voor het verrichten van arbeid. Tevens voert het bloed de afvalstoffen en het bij de verbranding ontstane koolzuurgas naar de uitscheidingsorganen en de longen af.  Door middel van pompbewegingen perst het hart het bloed door de aderen en adertjes (haarvaten) die zich door het hele vogellichaam hebben verspreid. In verhouding tot zijn lichaamsafmeting is het hart van de vogel groter dan dat van de zoogdieren alleen buigt de grote lichaamsslagader (aorta) af naar rechts in plaats van zoals bij de zoogdieren naar links. Het hart bestaat uit een linker - en een rechtergedeelte. In de longen neemt het bloed zuurstof op en geeft koolzuurgas af. In het hart wordt vanuit de linkerboezem het bloed in de linkerkamer geperst en de linkerkamer perst het bloed nu via de aorta door de aderen en de haarvaten van de verschillende organen naar de rechterboezem die het weer in de rechterkamer perst. Naarmate een vogel een snellere vlieger is, zal hij een krachtiger hart hebben. De zuurstof wordt door rode bloedlichaampjes, die zich in het bloed bevinden, getransporteerd. Het bloed bevat ook nog andere witte bloedlichaampjes die oa tot taak hebben ziektekiemen te doden.
Spijsverteringsorganen:
Deze hebben tot taak het opgenomen voedsel oplosbaar te maken zodat de voedingsstoffen in de bloedbaan opgenomen kunnen worden. Door het bloed worden ze dan vervoerd naar de plaatsen waar ze nodig zijn voor de opbouw en instandhouding van het vogellichaam. Tot deze spijsverteringsorganen rekenen wij in de eerste plaats de mondholte. Via de mondholte komt het voedsel in de slokdarm. Bij sommige soorten vogels heeft de slokdarm een verwijding, de krop, waarin het voedsel wordt geweekt en waarin het wordt bewaard tot het verder wordt getransporteerd naar de maag of om even later aan de jongen gevoerd te worden. Door de slokdarm belandt het voedsel in de maag. Een vogel heeft twee magen: de spiermaag en de kliermaag.
De spier- en kliermaag:
De kliermaag bevat veel klieren welke verteringssappen afscheiden die de in het voedsel aanwezige eiwitten oplossen. Deze maagsappen zijn zo sterk dat ze niet alleen vlees maar zelfs ook beenderen verteren die in het voedsel voorkomen. Bij vleesetende vogels is de spiermaag groter als die van de zaadetende vogels. Bij zaadetende vogels is de maag door zeer sterk ontwikkelde maagspieren dikwandig. Bij de zaadetende vogels wordt door de klieren in de maagwand een vocht afgescheiden dat na de afscheiding onmiddelijk hard wordt. Doordat de tegenover elkaar liggende spieren zich nu beurtelings samentrekken en ontspannen, wordt het voedsel mede door toedoen van kleine steentjes welke altijd in de maag aanwezig zijn, fijngemalen.
De darmen:
Na de maag krijgt men de dunnen darm. Door de wand hiervan worden opgeloste voedingsstoffen opgenomen en in de bloedbaan gebracht. Aan het begin van de dunne darm bevindt zich de blindedarm. Na de dunne darm vindt men de dikke darm waar de onverteerbare delen uitgescheiden worden. Door de hoge lichaamstemperatuur van de vogel verloopt het verteringsproces ook veel sneller. Als de maag 's avonds helemaal gevuld wordt is hij de volgende morgen weer helemaal leeg.
De hersenen:
De hersenen van een vogel zijn in verhouding tot het gehele lichaam, kleiner dan de hersenen van zoogdieren en meestal zijn de oogkassen van de vogel groter dan de holte van de hersenen. De hersenen worden in drie grotes verdeeld en wel: de grote hersenen, de tussenhersenen en de kleine hersenen. De kleine hersenen regelen al de bewegingen van de vogel. De kleine hersenen moeten bij een vogel goed ontwikkeld zijn gezien als hun mogelijkheden zoals het lopen, duiken, zwemmen, vliegen en het evenwicht . In de grote hersenen is het reukorgaan in omvang afgenomen. de oog- en oorzintuigen zijn wel toegenomen in omvang en zijn dus goed ontwikkeld. Een vogel ziet namelijk acht keer zo sterk als een mens.
Hormonen:
De schildklier is een hormoonklier die thyroxine produceert. Dat is een hormoon dat erg belangrijk is voor de groei van jonge dieren. Wordt er hiervan te weinig geproduceert dan wordt de groei geremd. Wordt er teveel geproduceerd dan wordt het jonge dier mager, ondanks het vele eten. De lichaamsgroei gaat dan te snel. Het is dus van groot belang dat de hoeveelheid hormonen naar het bloed precies geregeld wordt. De geslachtshormonen veroorzaken de verschillen tussen man en vrouw. Dit veroorzaakt vaak een anders gekleurd verenkleed, soms een grotere lichaamsbouw, verschil in zangcapaciteit tussen mannetjes en vrouwtjes.
De geslachtsorganen:
De testis produceert zaadcellen voor nakomelingen. Bij de meeste vogels is deze produktie is niet constant en worden er alleen zaadcellen geproduceerd in het voorjaar. De zaadcellen worden geproduceerd wanneer de dagen beginnen te lengen. Wanneer het voorjaar wordt krijgt het oog steeds meer licht. Op een gegeven moment krijgt het oog zoveel licht dat deze de oogzenuw prikkelt. Deze zenuw geeft de prikkel door aan de hersenen die op hun beurt de hypofyse prikkelen ( = een regelend en stimulerend orgaan). De hypofyse geeft nu een hormoon af aan het bloed. Het bloed circuleert rond in het lichaam en die hormonen komen zo bij de testis. Deze pikt die hormonen op en gaat daardoor zaadcellen produceren. Ze stimuleren ook de produktie van de testishormonen waardoor sommige mannetjes gaan fluiten en/of een nest gaan bouwen. Het reageren op de hoeveelheid licht geldt maar voor een gedeelte van de vogels. Andere vogels beginnen een nest te bouwen kort na het begin van een regenperiode. De tussenhersenen zijn de ontvangstcentrale van de indrukken die een vogel met het oog waarneemt.
De huidklieren:
In de vogelhuid vindt men bijna geen klieren. De vogel bezit geen vet- en zweetklieren. Door het ontbreken van zweetklieren vindt bij de vogel geen afkoeling van het lichaam plaats. Men ziet de vogels op hete dagen vaak met opengesperde bek zitten om op die manier koele lucht binnen te krijgen. Het ademhalingssysteem werkt bij een vogel heel anders dan bij een zoogdier. Bij een zoogdier zetten de longen uit als je inademt, en worden kleiner wanneer je uitademt waardoor lucht in en uit de longen gaat en daardoor gaswisseling in de longblaasjes kan optreden. Bij vogels werken de longen helemaal anders: ze zijn relatief klein en stevig, met een vaste omvang waardoor ze niet uitzetten tijdens de ademhaling. Deze functie (met aanzuigen en uitblazen van lucht) wordt overgenoomen door de luchtzakken die in het lichaam verspreid voorkomen en waarvan de meeste vogels er negen hebben (die deels ook in de botten doorlopen). Deze luchtzakken zijn te verdelen in een groep voorste luchtzakken en een groep achterste luchtzakken. Vanuit de luchtzakken wordt lucht door de longen geperst, in één bepaalde richting (vergelijk met eenrichtingsverkeer), en dit vindt zowel tijdens in- als uitademing plaats. Tijdens inademing gaat lucht door de longen naar de voorste luchtzakken toe, en tijdens de uitademing gaat de lucht vanuit de achterste luchtzakken door de longen naar de voorste luchtzakken toe. Dit betekent een continue doorstroming van de longen met zuurstofrijke lucht. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom vogels veel efficientere gaswisseling hebben dan zoogdieren. Het hormoon thyroxine is ook belangrijk voor het in gang zetten van de rui.
De nieren zijn de organen waar uitscheiding van afvalstoffen plaatsvindt. Bij mensen krijg je als afvalproduct daarvan de urine, maar vogels (ivm vliegen en de onnodig zware ballast of moeten doen van meer "pitstops") is dit product meer geconcentreeerd en bevat urinezuur, bv ureum, waardoor veel minder water wordt vastgehouden. De "witte"vlag is dus in feite de urine van de vogel, maar daarnaast kan een vogel (bij ziekte of bij stress) ook urine produceren.
Tot slot: Al wat leeft maakt beweging en maakt geluid en geeft op deze manier een uiting aan zijn levensvreugde.
Bronvermelding: Pakara en Yvonne van Zeeland, aankomend vogelspecialiste op de Faculteit Diergeneeskunde Universiteit van Utrecht

 anatomie

 

Laatst geupdate op ( Wednesday 13 February 2008 )
 
< Vorige
Template
Template Template Template
Kijk ook eens op ons forum!



Template Template